Stoppen met natalizumab: de risico’s in kaart gebracht

Geplaatst op 27 mei 2016
Stoppen met natalizumab: de risico’s in kaart gebracht

Als een MS-patiënt de behandeling met natalizumab moet afbreken vanwege een hoog risico op progressieve multifocale leukoencephalopathie (PML) of andere veiligheidsredenen, treedt er een dilemma op voor zowel arts als patiënt: de keuze tussen veiligheid en effectiviteit. Stoppen verlaagt het risico op PML, maar verhoogt waarschijnlijk het risico op reactivatie van de MS.

Prosperini en collega’s brachten de risico’s in kaart van het stoppen met de behandeling met natalizumab en de eventuele verbetering van de symptomen met een prospectieve multicenterstudie. Ze verzamelden de gegevens van 415 MS-patiënten die in 2007 en 2008 startten met een behandeling met natalizumab in zeven Italiaanse centra. Alle patiënten werden gevolgd voor een periode van zes jaar, waarin demografische en klinische informatie werd verzameld.

De primaire en secundaire uitkomsten van de studie waren respectievelijk toename van de beperkingen (disability worsening) en vermindering van de beperkingen (disability reduction). Het eerste werd gedefinieerd als het bereiken van een EDSS van 4 of meer (als de baseline-EDSS 3 of minder was) of 6 (als de baseline-EDSS meer dan 3 was). Verbetering definieerden de onderzoekers als een verlaging van 1 punt of meer op de EDSS (als de baseline-EDSS 2 of meer was) of 1,5 punten (als de baseline-EDSS minder dan 2 was).

Voor de analyse excludeerden de onderzoekers alle patiënten die in de eerste twee jaar na het begin van de behandeling een toename van de beperkingen hadden, waardoor ze de patiënten overhielden die het meeste te verliezen hadden bij het stoppen met natalizumab. Van de 318 patiënten die overbleven, waren er 196 na zes jaar nog steeds onder behandeling met natalizumab en waren er 122 gestopt. De mediane behandelduur van de laatste groep was 3,5 jaar. De patiënten in de eerste groep waren jonger, minder beperkt, hadden een kortere ziekteduur en waren vaker vrouw dan patiënten in de groep die was gestopt.

Bij 58 van de 318 patiënten trad een toename van de beperkingen op tijdens de follow-up, waarvan 41 in de groep die was gestopt en 17 in de groep die was doorgegaan met de behandeling. Een vermindering van de beperkingen trad op bij 6 patiënten in de gestopte groep en 36 patiënten in de groep die doorbehandeld werd. Om te corrigeren voor de demografische en klinische verschillen tussen de twee groepen voerden de auteurs een propensity analyse uit, waaruit bleek dat patiënten in de groep die was gestopt een twee keer zo groot risico hadden op toename van de beperkingen en een afgenomen kans van 68 procent op een verbetering van de beperkingen, vergeleken met de doorbehandelde groep. Tenslotte vonden de onderzoekers dat het risico op toename van de beperkingen groter wordt naarmate een patiënt ouder is en een hogere EDSS heeft. De onderzoekers stelden een model op, op basis waarvan ze voorspellen dat patiënten die stoppen met de behandeling een risico van 1 op 3 hebben dat de beperkingen toenemen. Dit risico stijgt zelfs tot 1 op 2 bij een baseline-EDSS van 3 of meer.

De onderzoekers concluderen dat het risico op verergering van de beperkingen duidelijk groter is voor patiënten die stoppen met de behandeling met natalizumab dan voor degenen die de behandeling vervolgen. Ze stellen dan ook dat deze informatie niet alleen duidelijk moet worden uitgelegd aan patiënten die overwegen te stoppen met de behandeling vanwege veiligheidsredenen, maar ook bij aanvang van de behandeling als het risico-batenprofiel wordt besproken. Verdere studies zullen hun bevindingen moeten bevestigen en moeten uitwijzen of een bepaalde behandeling of behandelcombinatie het toegenomen risico kan verlagen.

Bron: Natalizumab discontinuation in patients with multiple sclerosis: Profiling risk and benefits at therapeutic crossroads. Prosperini L, Annovazzi P, Capobianco M, Capra R, Buttari F, Gasperini C, Galgani S, Solaro C, Centonze D, Bertolotto A, Pozzilli C, Ghezzi A. Multiple Sclerosis Journal 2015, vol 21(13), 1713-22. doi: 10.1177/1352458515570768.

Dit artikel verscheen in MSJ Highlights #3, een uitgave van Sanofi Genzyme.

Laat een reactie achter