Snapshots van bloed bij borstkanker

Geplaatst op 30 dec 2019
Snapshots van bloed bij borstkanker

Liselore Janssen onderzoekt of de hoeveelheid tumor-DNA in het bloed iets zegt over het effect van chemotherapie bij patiënten met borstkanker. “Als we beter kunnen voorspellen hoe patiënten reageren op de behandeling, kunnen we deze meer op maat maken.”

Een deel van de patiënten met borstkanker wordt voorafgaand aan een operatie behandeld met chemotherapie. Na de operatie zoekt een patholoog dan in het verwijderde materiaal naar levende tumorcellen. “Vroeger werd chemotherapie vooral na de operatie gegeven. Alleen als de tumor zo groot was dat die niet meteen kon worden geopereerd, kreeg een patiënt het ervoor”, zegt Liselore. “Tegenwoordig krijgen patiënten steeds vaker vooraf chemotherapie. Zo kunnen we beter beoordelen hoe de tumor heeft gereageerd op de behandeling. Als we zien dat cellen in de primaire tumor in de borst goed hebben gereageerd op chemotherapie, geldt dat  waarschijnlijk ook voor eventuele cellen die door het lichaam zwerven. Dus als de patholoog geen tumorcellen meer vindt in de borst, hebben patiënten over het algemeen een betere prognose.”

Prognose

Die prognose wordt nog inzichtelijker met de hulp van twee andere technieken: mri-scans en liquid biopsies. Liselore brengt in haar onderzoek al die informatie bij elkaar voor een zo nauwkeurig mogelijke prognose. “We doen mri-scans voor, tijdens en na de behandeling. Die meten vooral de grootte en doorbloeding van de tumor.” De eigenschappen van een tumor kunnen tijdens de behandeling veranderen. Daarom combineert Liselore de mri-resultaten met liquid biopsies: zo is het bloed te screenen op de aanwezigheid van circulerende tumorcellen en circulerend tumor-DNA. “Hoe meer tumorcellen in het lichaam, hoe meer van dat DNA in het bloed. Je ziet minder circulerend DNA als de chemotherapie goed aanslaat. Het is een momentopname, een snapshot van het bloed.” En dat zegt meer over de respons, al tijdens de behandeling. Hoewel de techniek nog in de kinderschoenen staat, verbetert deze zienderogen, zegt Liselore. “Bij veel andere kankersoorten gaat de ontwikkeling ook snel.”

Oncologie

Een promotietraject is voor Liselore een tijdelijke stop op de weg naar een specialisatie als oncoloog. “Daarvoor moet je snappen hoe je onderzoeksresultaten uit kankeronderzoek moet interpreteren. In de oncologie komt alles samen: pathologie, beeldvorming en de nieuwe liquid biopsies. Ik vind het heel interessant dat ik die belangrijke onderwerpen binnen dit veld in mijn onderzoek kan combineren.”

Een belangrijke plus van haar onderzoek: het zorgt voor meer patiëntgerichte zorg. “We weten hoeveel mensen onnodige bijwerkingen hebben van chemotherapie. Dat kan veel minder en de chemotherapie zelf kan een beter effect hebben. Als je als patiënt weet dat de therapie sowieso gaat werken, dan zijn die bijwerkingen een stuk makkelijker te verwerken, dan wanneer je niet weet of de therapie überhaupt wel aanslaat. Ik denk dat die kennis belangrijk is voor patiënten.”

Dit artikel verscheen in UMC&ZO en op het nieuwsforum van het UMC Utrecht.

Laat een reactie achter