biosimilarIn februari 2015 verviel het Nederlandse patent op Remicade (infliximab). Direct werden twee gelijkwaardige alternatieven geïntroduceerd: Inflectra en Remsima. Op termijn wordt verwacht dat het gebruik van deze biosimilars zorgt voor een kostendaling van het duurste biologische medicijn dat in Nederland wordt voorgeschreven. Het goedkeuringsproces van deze nieuwe generatie geneesmiddelen verschilt sterk van dat van ‘normale’ generieke middelen. Hoewel Remsima is goedgekeurd voor gebruik door de wetgevende autoriteiten, is er nog niet bij alle artsen en patiënten draagvlak.

Het monoklonale antilichaam infliximab is een TNF-alfaremmer die is geïndiceerd voor inflammatoire darmaandoeningen (IBD) zoals de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. Infliximab is een biological, een middel dat wordt geproduceerd door een levend organisme. Deze dure middelen worden gebruikt voor langdurige behandelingen en trekken daarom een zware wissel op het Nederlandse zorgbudget: de jaarlijkse kosten voor biologicals zijn 524 miljoen euro. TNF-alfaremmers vormen hiervan het grootste aandeel, want een behandeling met Remicade kost ongeveer 15.000 euro per patiënt per jaar.

Na het vervallen van het octrooi op Remicade konden andere farmaceutische bedrijven de markt betreden met een biosimilar: de twee alternatieven Inflectra (Hospira) en Remsima (Mundipharma) werden geïntroduceerd. De verwachting is dat de introductie van deze goedkopere middelen zal zorgen voor marktdruk en uiteindelijk een kostenbesparing tot gevolg zal hebben.

Niet identiek maar soortgelijk
Biosimilars zijn geen generieke medicijnen die identiek zijn aan het referentieproduct, maar complexe biologische moleculen die soortgelijk zijn aan het origineel doordat ze sterk vergelijkbaar zijn qua structuur, functie en veiligheid. De werking van een biosimilar is dus niet gebaseerd op het bewijzen van een gunstige baten- en risicoverhouding in grootschalige klinische studies voor alle indicaties van het middel. Door gelijkwaardigheid aan te tonen met het referentiemedicijn wordt aangenomen dat ook de werking van het middel gelijk is aan die van het referentieproduct.

Een biological wordt tijdens zijn levenscyclus regelmatig aangepast door de fabrikant: in het geval van Remicade gebeurde dat meer dan 35 keer in 15 jaar. Volgens prof. dr. João Gonçalves, hoogleraar immunologie en biotechnologie aan de Universiteit van Lissabon, is een biosimilar dan ook geen nieuw geneesmiddel, maar een nieuwe versie, gebaseerd op het origineel. “Die variabiliteit wordt door velen als negatief gezien”, legt hij uit. “Volgens mij is het juist belangrijk dat een farmaceut de kans krijgt om zijn middel te verbeteren. Ik weet zeker dat de infliximab van nu beter werkt dan die van tien jaar geleden”, aldus Gonçalves.

Hoewel Remicade is geïndiceerd voor IBD, is dat voor Remsima niet bewezen in grote patiëntengroepen. Dat zorgt bij sommige artsen en patiënten voor scepsis. Bij de beoordeling van een biosimilar is volgens Gonçalves die grondige klinische evaluatie echter niet nodig. “Klinische studies zijn bedoeld om de veiligheid van een nieuw geneesmiddel te evalueren. De indicatiegebieden van een biosimilar zijn hetzelfde als die van het referentiemiddel, dus nauwkeurig testen op vergelijkbaarheid van de middelen is voldoende.” Aangezien veertig procent van de kosten van een nieuw geneesmiddel bestaat uit de klinische evaluatie, kunnen biosimilars daarom goedkoper worden geproduceerd. Gonçalves concludeert: “Door het benaderen van de kwaliteit van het referentiemiddel kunnen we de resultaten extrapoleren. Bij biosimilars draait het om het medicijn, niet om de patiënt.”

Omdenken
Deze nieuwe werkwijze, gericht op kostenbesparing, wijkt af van de traditionele evidence-based medicine. Daarnaast is het omzetten van originele naar generieke geneesmiddelen in het verleden niet altijd soepel gegaan, met als gevolg dat de introductie van biosimilars zoals Remsima soms argwanend wordt bekeken door zowel artsen als patiënten.

Volgens prof. dr. Janneke van der Woude, hoogleraar inflammatoire darmziekten en hoofd van de klinische IBD-unit aan het Erasmus MC te Rotterdam, is er daarom tijdens de introductie van een biosimilar behoefte aan vergelijkende onderzoeken die bewijzen dat er veilig kan worden overgestapt. “Voor patiënten is het vaak niet duidelijk dat een biosimilar hetzelfde medicijn is als het origineel”, zegt Van der Woude. “De grootste zorg voor veel van mijn IBD-patiënten is dat Remsima nog niet is onderzocht in patiënten met inflammatoire darmziekten.”

Praktijkervaring
In Noorwegen is Remsima al sinds januari 2014 op de markt. In het Noorse zorgsysteem wordt gekozen voor het geneesmiddel met de laagste prijs, mits de effectiviteit en veiligheid vergelijkbaar zijn met die van het origineel. Dat wordt getoetst onder toezicht van de overheid.

Ter vergelijking van Remsima met Remicade is in oktober 2014 daarom gestart met de NOR-SWITCH-studie. Intussen zijn in dit onderzoek al meer dan 300 patiënten geïncludeerd, waarvan 60 procent lijdt aan IBD. De patiënten, die allen minimaal zes maanden een stabiele dosis Remicade hebben ontvangen, worden verdeeld in twee groepen: de ene groep blijft Remicade gebruiken en de andere groep wordt overgezet naar Remsima. Nadat de patiënten gedurende een jaar worden gevolgd, zullen de resultaten van de studie rond de zomer van 2016 gereed zijn. Dr. Jørgen Jahnsen, gastro-enteroloog aan de Universiteit van Oslo, mede-initiatiefnemer en lid van de stuurgroep van de NOR-SWITCH-studie, is enthousiast over de voorlopige data. “Mijn eerste indruk is dat de resultaten overeenkomen met die van vijftien jaar geleden, toen we begonnen met het onderzoeken van de effecten van Remicade.”

In Nederland is nog niet begonnen met het onderzoeken van de vergelijkbaarheid van Remsima met Remicade. De huidige richtlijnen van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen geven daarom aan dat patiënten die goed zijn ingesteld op Remicade dit middel voorlopig moeten blijven gebruiken. Vanaf maart 2015 zal de SWITCH-studie, een initiatief van Mundipharma, van start gaan. Hierin worden 160 patiënten geïncludeerd, die allen zullen overstappen van Remicade naar Remsima. Prof. dr. Janneke van der Woude is blij met dit initiatief: “Ik denk dat het belangrijk is om snel met data te komen die illustreert dat het veilig is om over te stappen.”

Toekomstperspectief
Dat biosimilars kunnen leiden tot een kostenbesparing in de zorg en de behandeling van meer patiënten, is in Noorwegen al duidelijk geworden. Dankzij het aanbestedingssysteem is daar de korting op Remsima inmiddels opgelopen tot ruim zeventig procent. Volgens dr. Jørgen Jahnsen kunnen hierdoor niet alleen meer patiënten behandeld worden. “Er kan ook eerder worden gestart met de behandeling, en de behandeling hoeft niet meer te worden afgebroken vanwege de kosten. Remsima is zo goedkoop geworden dat we niet meer over stoppen hoeven na te denken.”

Remsima is de eerste in een reeks van tientallen biosimilars die de komende jaren op de Nederlandse markt zullen komen. In dat proces is volgens prof. dr. Van der Woude een belangrijke rol weggelegd voor de farmaceutische industrie. “De introductie van nieuwe biosimilars biedt voor farmaceuten een prachtige opening om meteen vergelijkende studies te gaan doen. Ik denk dat dat zeker kan leiden tot een succesvolle introductie van een medicijn.”

 

Referenties

Dit artikel werd geschreven in opdracht van Mundipharma.

Laat een reactie achter