temp_file_kankercellen3Van 23 tot en met 25 november 2014 vond de zevende editie van het European Multidisciplinary Colorectal Cancer Congress (EMCCC) plaats in de RAI te Amsterdam. Op de laatste dag was er aandacht voor de brede inzetbaarheid van biomarkers bij de behandeling van darmkanker: van het nemen van vloeistofbiopten tot het typeren van verschillende soorten darmkanker op basis van het genotype. Tijdens deze dag stond deze nieuwe gepersonaliseerde aanpak in de behandeling van darmkanker centraal en presenteerden verschillende onderzoekers hun bevindingen in een biomarker-sessie. Daarnaast werd de eerste patiëntenbrochure over een DNA-test bij darmkanker gepresenteerd.

Darmkanker wordt vaak gekenmerkt door een overexpressie van de epidermale groeifactor-receptor (EGFR) en de vasculaire endotheliale groeifactor-receptor (VEGFR). Deze receptoren zijn verantwoordelijk voor respectievelijk de deling en de vasculatuur van tumorweefsel. Overexpressie wordt veroorzaakt door mutaties in het DNA van eiwitten zoals RAS. Anti-EGFR- en VEGF-therapieën zijn beschikbaar in de vorm van monoklonale antilichamen, die de expressie van deze receptoren remmen. De effectiviteit van deze therapieën kan worden vergroot door ze toe te dienen op een gepersonaliseerde manier.

Invloed van genotype
Monoklonale antilichamen, zoals cetuximab en panitumumab, kunnen als EGFR-remmer in combinatie met chemotherapie effectief zijn in de behandeling van darmkanker. In geval van een mutatie in het RAS-gen zijn deze antilichamen echter niet werkzaam en kunnen ze in combinatie met bepaalde soorten chemotherapie zelfs schadelijk zijn. Omdat de overexpressie van EGFR afhankelijk is van verschillende mutaties in het RAS-eiwit, wordt op dit moment onderzoek gedaan naar het optreden van mutaties die ongevoeligheid voor anti-EGFR-therapieën tot gevolg hebben. Ramon Salazar, onderzoeker aan het Institut Català d’Oncologia-IDIBELL te Barcelona, legt uit dat het screenen op mutaties in RAS tot gevolg heeft dat steeds meer patiënten gericht kunnen worden behandeld met anti-EGFR-therapie.

Monitoring met vloeistofbiopten
Volgens Giulia Siravegna, werkzaam in het Niguarda Cancer Center te Milaan, is het mogelijk om de darmkankerpatiënt non-invasief te monitoren gedurende het gehele ziekteproces: vanaf het vooraf genotyperen van de tumor, tot na de behandeling controleren of de patiënt ziektevrij is. Met gevoelige sequencingapparatuur kunnen DNA-fragmenten met tumorspecifieke mutaties in het bloed worden aangetoond. Door gebruik te maken van deze biomarkers kan het genotype van een patiënt worden vastgesteld, waardoor in een vroeg stadium kan worden gekozen voor de meest effectieve therapie.

Classificeren van darmkanker als personalised medicine
Jan-Paul Medema, onderzoeker aan het AMC te Amsterdam, pleit ervoor dat darmkanker niet meer moet worden beschouwd als een atypisch ziektebeeld, maar als een samenvoegsel van verschillende ziekten. Op basis van genotypering wist hij darmkanker te verdelen in verschillende groepen, die elk anders reageren op behandeling met een antilichaam tegen EGFR. Volgens Medema is het daarom nodig om subclassificaties toe te kennen, zodat de behandeling van gemetastaseerde darmkanker per patiënt geoptimaliseerd kan worden.

Tumour budding: morfologische marker voor tumorprogressie
Kleine clusters van één tot vijf tumorcellen kunnen worden gevonden aan de invasieve marges van een colorectale tumor. Deze tumour buds hebben agressieve kenmerken en worden geassocieerd met een hogere stadiëring, aldus Alexander Lugli van de University of Bern. Tumour buds zijn volgens hem een makkelijk te classificeren, reproduceerbare morfologische biomarker voor tumorprogressie. Op dit moment wordt gewerkt aan een scoringssysteem waarmee patiënten sneller en effectiever kunnen worden gestadieerd.

Patiëntenbrochure RAS-test
Naar aanleiding van de aanpassing van de standaard behandelrichtlijn voor mensen met gemetastaseerd coloncarcinoom heeft Darmkanker Nederland een informatiebrochure uitgegeven over de mogelijkheid van een DNA-test, de zogenaamde RAS-test. Deze test wordt afgenomen in de eerste lijn en bepaalt of een patiënt een mutatie heeft in het RAS-gen. Hiermee wordt voorspeld of iemand in aanmerking komt voor anti-EGFR-therapie. Tijdens de sessie overhandigde Jolien Pon, voorzitter van de patiëntenorganisatie Darmkanker Nederland, de eerste brochure aan prof. dr. Kees Punt, hoogleraar medische oncologie aan het AMC. “Doelgerichte therapie is de toekomst voor kankertherapie”, aldus Pon.

De nieuwe brochure helpt bij het informeren van de patiënt, zodat deze samen met de behandelend arts een weloverwogen keus kan maken voor het behandeltraject.

Bronnen: EMCCC 2014, patiëntenfolder ‘Darmkanker en uw DNA’.

Dit artikel verscheen op 28 november 2014 in MedZine News.

Laat een reactie achter